2 covers
A world of books - Een wereld van boeken.

Clara's Ogen. Hoofdstuk 23, deel 2.

Tot het taxibusje kwam was hij bezig met opruimen en schoonmaken, wat niet erg nodig was. Ron keek nog eens rond. Hij had hier fijn gewoond en gewerkt. Jammer dat Ostring en co zo'n schaduw over het geheel had gegooid. Teruggaan naar huis, naar Virginia, was het beste wat hij nu kon doen. Dat wist hij in zijn hart.

Zijn telefoon piepte. De taxi was er. Ron begon zijn spullen naar de lift te slepen, en kreeg daarbij hulp van Bob, Laura, Marcus en een paar anderen, die tijd hadden vrijgemaakt om afscheid van hem te nemen.

"Probeer contact te houden, jongen," zei Marcus toen hij Ron even omhelsde. "Ik vind het lef hebben."

Met alle spullen in de taxibus, die lang niet vol zat, was er weinig meer te zeggen, dus na een laatste rondje handen schudden en knuffels stapte Ron in en vertrok. Dat was maar goed ook, want het was allemaal een stuk emotioneler geworden dan hij had verwacht.

In zijn hoofd zei hij: "We zijn onderweg, Clara."

"Ik ziet het," zei ze, "door jouw ogen. Wat gaat er allemaal gebeuren?"

Hij legde uit dat ze naar het treinstation zouden gaan – en ze zou vanzelf zien wat een trein was – waar hij zijn ticket ging ophalen, de spullen in moest laden en dan zouden ze een zitplaats vinden.

Dat ging allemaal van een leien dakje, en toen hij eenmaal zat, met haar schilderij tegenover zich en een bekertje koffie in de hand, belde hij naar zijn ouders om te laten weten dat hij op weg naar huis was.

De trein vertrok. Op weg naar Richmond, waar Shelley hem op zou halen. Hij belde haar ook, om te laten weten dat hij best veel spullen bij zich had. "Teveel voor jouw auto, denk ik," zei hij.

"Dan kom ik met de jouwe," zei zijn zus. "Die is groter. Je doet je best maar om 'm vol te laden. Goeie reis, broertje."

Na dat telefoontje ging Ron rustig zitten en sloot zijn ogen. Hij dacht aan de mooie vrouw die in het schilderij met hem meereisde.

"Jij…" Clara klonk een beetje verrast. "Jij vindt mij echt mooi, hè?"

Ron voelde hoe blij ze was, en hij kon haar glimlach bijna zien. "Ja. Dat vind ik. Want ik weet dat jij een schoonheid bent, Clara, en je bent er voor mij. Dat maakt mij de gelukkigste man in de wereld." Het was heel makkelijk om alleen in zijn hoofd tegen haar te praten, in tegenstelling tot hardop, zoals hij altijd in het appartement had gedaan. Hij raakte even het schilderij aan, dat in een beschermhoes zat. Hopelijk wist ze wat hij deed. Misschien kon ze het zelfs voelen. Het was een bijzondere ervaring om zo te reizen, met haar zo dichtbij.

De trein stopte bij verschillende stations, maar uiteindelijk kwamen ze in de buurt van Richmond. Ron belde naar Shelley, dat hij er bijna was, waarop zij in zijn oor schetterde dat ze al op hem stond te wachten.

Clara wist dat Shelley hen op zou halen, in elk geval Ron. Ze was heel benieuwd hoe Shelley eruit zou zien. Ze was goed geworden in het door zijn ogen meekijken, en ze was nu heel opgewonden over het vooruitzicht.

De wagon kwam tot stilstand. De reis was voorbij. Ron wachtte even tot de medepassagiers hun spullen hadden gepakt en de weg vrij hadden gemaakt. Hij had het nodige te sjouwen, en een aantal tassen en zijn schilderijen moesten nog uit een goederenwagon komen.

Shelley kwam aanlopen terwijl hij op de laatste dingen stond te wachten. "Hé, daar ben je!" Ze vloog hem om de nek. "Welkom thuis, Ron. Ik heb je woning stofvrij gemaakt en wat gelucht." Ze pakte de koffer op wieltjes en ook het pakket met schilderijen dat ook kon rollen.

Ron greep de rest van de spullen en liep, wel wat overbeladen, achter haar aan. Paste dat wel allemaal in de auto?

"Je hebt een leuke zus, Ron," zei Clara zo plotseling dat hij bijna iets liet vallen.

"Ja, hè?"

Al zijn spullen pasten in de auto, maar het was wel met moeite en wat duwen. De binnenspiegel was op dat moment nutteloos, maar dat maakte niet uit.

Ron voelde zich rot toen hij Clara's schilderij achterin de auto moest schuiven; er was voorin gewoon geen plek meer.

"Is niet erg, Ron," zei ze, "ik ben dichtbij."

Comments